24/06/2022
Jeugdstrafrecht in Den Haag
De afgelopen dagen was ik druk in de weer met een jeugdige cliënt van mij. Hij had mogelijk eerder een delict gepleegd en zijn hechtenis was geschorst onder voorwaarden. Zo mocht hij geen contact met zijn mede verdachten hebben.
Maandenlang hield hij zich keurig aan alle regels , ook zijn eindexamen haalde hij zonder problemen. Na een avondje chillen kwam hij deze verboden vrienden tegen, ze hadden niet afgesproken, maar kwamen elkaar tegen. Met dit groepje belandde hij in een vechtpartij en werd aangehouden voor openlijk geweld.
De officier van Justitie vond dat hij nu toch de gevangenis in moest en dat zijn schorsing opgeheven moest worden. En de Haagse Raad voor de Kinderbescherming ook, hij had immers de regels overtreden.
Zo’n verzoek van de officier wordt dan beoordeeld door een rechter-commissaris.
Uitgangspunt in het internationale jeugdrecht is, dat voorlopige hechtenis alleen toegepast wordt als het echt niet anders kan. Dat zijn ook voor Nederland geldende regels.
En toch in Nederland zitten de meeste jongeren in voorlopige hechtenis. In 2017 zat 76% van het aantal minderjarigen in de justitiële jeugdinrichtingen in voorlopige hechtenis. En ook nu zijn de meeste jongeren in het kader van de voorlopige hechtenis opgesloten.
Er zijn veel mogelijkheden om een jongere in de gaten te houden bijvoorbeeld huisarrest, avondklok , contactverbod, locatieverbod, nachtdetentie.
De voorlopige hechtenis verdraagt zich moeizaam met de onschuldspresumptie, je bent pas schuldig als het bewezen is en je veroordeeld bent.
De rechtercommissaris die het verzoek beoordelen moest hoefde niet na te denken, volgens mij en een latere collega, was het oordeel al klaar voordat de verdediging aan het woord kwam.
En dat wordt dan rechtspleging genoemd, er werd niet eens gekeken of er mogelijkheden waren om de cliënt bijvoorbeeld huisarrest te geven. Ik was wederoom heel boos over onze Haagse rechtstoepassing. Hoezo jongerenstrafrecht, hoezo alleen hechtenis als het niet anders kan. In Den Haag gaat het over straffen , handhaving van regels en niet over de problemen die sommige jongeren helaas hebben. Zoals een lesgevende Jeugdofficier uit Rotterdam eens zei: “Ik ben blij dat ik geen kind in den Haag ben!”