04/10/2022
RECHTBANK HEEFT GEEN BOODSCHAP AAN ONHERSTELBAAR VORMVERZUIM; VERDACHTE VEROORDEELD TOT 30 MAANDEN
In de zaak tegen de verdachte van heeft de rechtbank, overwegend dat voor het verboden wapenbezit 12 maanden gevangenisstraf op zijn plaats is en voor de handel in drugs eveneens 12 maanden, conform de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf van 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.
Afgezien van het feit dat het nogal vreemd aandoet dat een overweging van 12 + 12 een totaal van 30 oplevert, walst de rechtbank over het, door het O.M. als onherstelbaar aangeduide, vormverzuim heen, met name omdat de politie weliswaar de verkeerde kamer (zonder toestemming en zonder opdracht van de rechter-commissaris) doorzocht heeft maar de politie, gelet op de situatie ter plaatse, zich hier niet van bewust is geweest en slechts in beperkte mate een verwijt gemaakt kan worden.
Dat de politie inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte (en van de rechtmatige bewoner van de doorzochte ruimte) levert volgens de rechtbank, niet zonder meer, een inbreuk op, op de waarborg van een eerlijk proces.