18/10/2026
Ik geloof alle ouders die zeggen dat ze het goed willen doen voor de kinderen.
Maar voor twee ouders kan dat totaal iets anders betekenen.
En daar begint een bemiddelingsgesprek wel eens mee.
Neem twee ouders die ver uit elkaar wonen.
De ene ouder wil vasthouden aan gelijk verdeeld verblijf, en de kinderen desnoods van school laten veranderen. Brengen, halen, het werkschema aanpassen: alles zou in het werk gesteld worden. Ja, een stevige rit. Maar dat is ook fijne tijd samen, klinkt het dan.
De andere ouder wil andere opties overwegen. Nog een schoolwissel, bovenop alles wat de kinderen al moesten verwerken? Liever niet. Gelijk verdeeld verblijf lijkt vanuit de kinderen gezien niet de beste keuze. Al die uren in de auto. Kwaliteitsvolle tijd die ook anders ingevuld kan worden. En vaak een gestresste ouder erbovenop. En dan zijn er nog de hobby’s…
Moet ik zeggen dat dit geen evident gesprek is?
En zo zijn er heel wat thema’s waarover gescheiden ouders het oneens kunnen worden. Waardoor ze plots niet langer naast, maar tegenover elkaar komen te staan.
En dan wordt praten heel wat moeilijker.
Niet omdat ouders er niet samen uit willen geraken, maar omdat elk woord als een aanval klinkt. Waar verbinding bedoeld is, wordt verwijt gehoord.
Begrijpelijk.
Maar het gaat om de kinderen.
En dat wordt soms vergeten.
In het heetst van de strijd gaat het al snel over de rechten van ouders, in plaats van over het belang van kinderen.
Gelukkig bestaat bemiddeling 😊.
Ik zie het als mijn taak als bemiddelaar om ouders een spiegel voor te houden.
Niet om te zeggen welke ouder gelijk heeft.
Wel om opnieuw die ene cruciale vraag te stellen:
Wat hebben júllie kinderen nodig?
Meestal staan ouders daar gelukkig voor open.
En soms is precies die vraag nodig om opnieuw naast elkaar te gaan staan, in plaats van tegenover elkaar.
Herken je dit?
Wat hielp jullie om opnieuw naast elkaar te staan, toen het even spannend werd?