12/08/2026
Een beslissing om niet (verder) te vervolgen kan voor een slachtoffer zeer ingrijpend zijn. De strafzaak stopt dan voordat een strafrechter zich ooit over de zaak heeft kunnen uitspreken. Juist daarom moet zo’n beslissing zorgvuldig worden genomen én kritisch kunnen worden getoetst.
In de praktijk zien wij helaas met regelmaat zaken waarin niet tot vervolging wordt overgegaan, óók wanneer sprake is van ernstig letsel en duidelijk is wie als verdachte voor het veroorzaken daarvan in beeld is.
De zaak uit onderstaand nieuwsbericht is daarvan opnieuw een pijnlijk voorbeeld.
Jan liep zeer ernstig letsel op. Ook was duidelijk wie ervan werd verdacht hem dat letsel te hebben toegebracht en bevatte het dossier naar ons oordeel voldoende bewijs om die verdenking aan de strafrechter voor te leggen. Toch besloot het Openbaar Ministerie de verdachte niet te vervolgen.
Namens Jan zijn we daarom een artikel 12 Sv procedure gestart. Het gerechtshof heeft nu geoordeeld dat de verdachte alsnog moet worden vervolgd.
En deze zaak staat bepaald niet op zichzelf. Wij voeren met grote regelmaat beklagprocedures tegen beslissingen om niet (verder) te vervolgen. Het aantal zaken waarin het gerechtshof ons daarin volgt en alsnog vervolging beveelt, is opvallend hoog. Alleen al de afgelopen week gebeurde dat in twee van onze zaken.
Daarbij moet overigens óók worden gezegd dat niet zelden de advocaat-generaal bij het gerechtshof, dus het Openbaar Ministerie zelf, na een nieuwe beoordeling adviseert om alsnog tot vervolging over te gaan. Ook binnen het OM bestaat daarmee een belangrijk correctiemechanisme.
Maar voor het slachtoffer komt die correctie vaak pas laat. Die heeft dan al een beslissing tot niet (verder) vervolgen moeten verwerken en moet vervolgens zelf in actie komen, een beklagprocedure beginnen en opnieuw vele maanden wachten op duidelijkheid. Zeker na ernstige gewelds- of zedenmisdrijven kan dat een lange en slopende juridische weg zijn.
Juist daarom is het zo belangrijk om een beslissing tot niet (verder) vervolgen niet zonder meer als eindstation te beschouwen. Het loont om kritisch naar het dossier, het beschikbare bewijs en de motivering van het OM te kijken.
Het is maar goed dat ons strafproces deze rechterlijke toets kent. Voor slachtoffers kan die uiteindelijk het verschil betekenen tussen een definitief gesloten dossier en de mogelijkheid om hun zaak alsnog aan de strafrechter voor te leggen.
Voor Jan betekent het dat, na een lange juridische strijd, de strafrechter zich eindelijk over zijn zaak zal kunnen buigen.
David van M. moet alsnog worden vervolgd voor de zware mishandeling van Rijswijker Jan Roosenburg tijdens de jaarwisseling van 2023 op 2024. Het Openbaar Ministerie wilde Van M. niet vervolgen wegens 'gebrek aan wettig en overtuigend bewijs', maar Jan en zijn familie dwongen via een zogeheten artike...