18/11/2025
Grootouders, het is tijd om op te staan.
Jarenlang hoorden wij dezelfde verzuchting in onze spreekkamer: “We willen geen ruzie, maar we missen onze kleinkinderen zó.” Grootouders die ooit onmisbaar waren – de vaste oppas, de veilige haven, de logeeropa, de luisteroma – staan na een scheiding soms ineens buitenspel. Niet omdat ze iets fout deden, maar omdat de relatie tussen ouders verhardt. En het kind? Dat verliest méér dan een weekendbezoek; het verliest een stuk geschiedenis, stabiliteit en onvoorwaardelijke liefde.
Tot voor kort was het voor grootouders een hele klim om überhaupt bij de rechter binnen te komen. De drempel lag hoog: eerst moest je maar bewijzen dat je in een “nauwe persoonlijke betrekking” stond. Alsof de band met een kleinkind iets is wat je in dossierstukken kunt of moet gieten.
Maar daar komt verandering in. Met de nieuwe wet – die inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen – wordt er eindelijk erkend wat iedereen al wist: grootouders horen erbij. De wet gaat uit van een vermoeden dat er wél een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Dat betekent dat de procedure niet langer blijft hangen in formaliteiten, maar sneller toekomt aan de kern: is omgang tussen grootouders en het kind in het belang van het kind?
En heel eerlijk: in veel gevallen is dat antwoord gewoon ja.
Daarom zeg ik dit rechtstreeks tegen de grootouders die dit lezen: als u voelt dat uw band met uw kleinkind onterecht is doorgesneden, wacht dan niet stil af. Dit is het moment. De wet is in beweging, de drempel wordt lager – uw stem weegt nu zwaarder dan ooit.
Soms moet iemand de eerste stap zetten. Misschien bent ú dat wel.